Verslag van de 15de themadag Taalkring Portugees te Nijkerk – zaterdag 6 oktober 2018

Posted by on dec 12, 2018

Op het programma van de 15de themadag stond de echtscheidingsprocedure en bijbehorende terminologie (Familierecht), de opmaak van beëdigde vertalingen en een lezing over Kaapverdië. Marisa Monteiro Borsboom (MQM-advocaat, general counsel, mediator en trainer) vulde de ochtend, Sandra Maçorano Florindo (mede-eigenaar KTV, vertaler en trainer) nam na de lunch het tweede deel voor haar rekening en Antonio da Silva (docent Hogeschool Inholland) sloot de dag af.

Ter voorbereiding waren teksten toegestuurd over de echtscheidingsprocedure in Nederland en in Portugal, alsook een artikel over het Portugees in Kaapverdië.

Na ontvangst met koffie/thee en een ‘pastel de nata’, vanwege alweer de 15de. themadag, opende Marijke met de stand van zaken rond het nieuwe beleid dat de overheid ontwikkelt, waarbij twee soorten tolken (A en B) worden geregistreerd bij RBTV. De overheid verwacht namelijk tekorten door de nieuwe aanbestedingswet van de Europese Unie, waarbij tolken bemiddeld móeten worden en instanties (rechtbanken, politie, IND, COA etc.) dus ook moeten aangeven welk soort tolk ze willen. Tolken denken echter dat “tekorten” voornamelijk ontstaan door de tarieven van het Openbaar Ministerie. Over de tarieven voor tolk A en tolk B is overigens nog niets bekend.

Actiepunt: Alle tolken Portugees worden hierbij verzocht om, als men een tolkdienst weigert vanwege het tarief, dit op Traduport te vermelden mét deze reden.

Marisa Monteiro Borsboom verzorgde haar deel van de themadag in het Portugees. Het was een levendig college over echtscheiding en haar consequenties in juridische zin, zowel in Nederland als in Portugal, met bijbehorende terminologie. In het geval van verschillende nationaliteiten kunnen de rechtssystemen verschillen en is het van belang waar en hoe het huwelijk is voltrokken, waar men tijdens het huwelijk heeft gewoond en waar men gaat scheiden.

Zo kent Portugal het burgerlijk huwelijk en het Katholieke/religieuze huwelijk, die beide wettelijk erkend worden door de staat Portugal, vanwege een Concordaat tussen Portugal en het Vaticaan. In juridische zin zijn beide soorten huwelijk in Portugal gelijk en de (Katholieke) Kerk aldaar moet om die reden echtscheiding toestaan en erkennen. (Het Katholieke/kerkelijke huwelijk kan in Portugal op twee manieren worden ontbonden: door echtscheiding en door non-consummatie van het huwelijk. Er zijn 3 of 4 advocaten in Portugal in het laatste soort echtscheiding gespecialiseerd.)

De ouderschapsregeling en het ouderschapsplan zijn juridisch evenmin gelijk. In Nederland krijgt men na echtscheiding vaak samen voogdij en kunnen de kinderen ook (deels) bij de vader wonen. In Portugal gaan de kinderen gewoonlijk naar de moeder en wonen bij haar; de financiële lasten worden echter gedeeld en beide ouders worden overal samen gehoord. De concrete ouderschapsregeling en het ouderschapsplan zijn in Portugal overigens geen zaak van de echtscheidingsrechter, zij worden bij de notaris geregeld.

Typisch Nederlands is de verevening van pensioenrechten bij echtscheiding. Dit kent Portugal niet, het heeft te maken met het Nederlandse systeem van sociale voorzieningen.

Als advocaat pleit Marisa ervoor dat de vertaler in zulke gevallen de typische term in de betreffende taal handhaaft en deze in een voetnoot uitlegt, juist omdat het typisch is en duidt op een andere juridische structuur. In een voetnoot kan de vertaler gebruik maken van termen uit een ander vakgebied. In het geval van verevening van pensioenrechten is bijvoorbeeld het gebruik van een term uit de boekhouding zinnig: “vai receber uma pensão”.

Het leerzame college eindigde met het beantwoorden van vragen en nog wat Portugese terminologie.

Na een heerlijke lunch en even genieten van een warme najaarszon, was het woord aan Sandra Maçorano Florindo. Waaraan moet de opmaak van beëdigde vertalingen formeel voldoen? Vlot en goed gestructureerd behandelde Sandra de hedendaagse richtlijnen voor beëdigde vertalingen in België en Nederland. Daarbij besprak ze de volgende onderwerpen: de apostille; het door de klant vooraf laten waarmerken van het origineel bij een notaris of gemeente; het vermelden van ‘de aangehechte brontekst’, het precies aangeven wat je daarvan vertaalt en het aanhechten van de brontekst; het aangeven van begin en einde van de vertaling, de paginering en de opmaak. Ze besteedde ook aandacht aan zaken als wanneer vierkante en wanneer ronde haken worden gebruikt, wanneer gecursiveerd wordt en wat onvertaald blijft. Om vervolgens door te gaan met wat je als vertaler NIET doet, je vertaalt alleen dat waarvoor je bevoegd bent en waarvoor je gevraagd bent. Dit alles gelardeerd met concrete voorbeelden en praktische tips (in WORD).

Ten slotte werd nog besproken wat in de slotverklaring van de vertaler moet staan, hoe de vertalersstempel eruit ziet, wat erop moet staan en waarom je “nat” stempelt en liefst met blauwe vulpen tekent.

Nog een paar praktische en handige tips: geen lakzegels gebruiken, eventueel een paraafstempeltje laten maken en investeren in een goed OCR-programma, in CAT-tools en in een oogjestang.

Antonio da Silva leverde de derde bijdrage, een lezing, in het Portugees. Hij begon vanuit een persoonlijk perspectief en sprak kort over de Kaapverdische geschiedenis, de economie en het opkomend toerisme. Daarna ging hij in op het taalgebruik in Kaapverdië en vooral op de precaire taalbeheersing van het Portugees, welke hij betreurde omdat daarmee de talige en culturele aansluiting bij het eigen Kaapverdische verleden, maar ook bij de rest van de Portugeestalige wereld, en vooral Portugal, in gevaar komt.

Portugees is de officiële taal van het land, maar feitelijk de tweede taal van de meeste Kaapverdiërs (zie ook ‘Entre o Crioulo e o Português’ in O Público, 27.7.2014). Het Kaapverdisch (een creooltaal, in Kaapverdië ontstaan uit vermenging van Afrikaanse moedertalen met het Portugees) is de eerste taal en wordt veelvuldig in het onderwijs gebruikt. Hierdoor komen Kaapverdiërs zelfs op school nauwelijks meer in aanraking met het gesproken Portugees, met als gevolg dat ze het Portugees slecht beheersen en amper meer zien als hun taal en/of een deel van hun culturele identiteit. Dit staat echter op gespannen voet met de Kaapverdische Grondwet, waarin staat dat beide talen gelijk behandeld moeten worden. Maar in de praktijk wordt alleen het Portugees op school aangeboden. Het Kaapverdisch is geen schoolvak, wat wel zou moeten, ook voor meer evenwicht en harmonie tussen de talen. Het zou bovendien ervoor zorgen dat het Kaapverdisch niet oprukt in taaldomeinen waar deze taal wettelijk niet is erkend.

Daarnaast komt het Portugees in Kaapverdië onder druk te staan door het opkomende toerisme, waarin veel Italianen maar ook Engelssprekenden werken en waar steeds meer Italiaans en Engels als voertaal wordt gebruikt. Als zij maar ook Chinese migranten al niet hun eigen taal in Kaapverdië aanhouden, leren en spreken ze eerder het informele Kaapverdisch dan het Portugees.

Jammer was dat Antonio niet meer toekwam aan een inleiding in het Kaapverdisch/Crioulo.

De 15de Themadag werd namens het organiserend comité afgesloten door Helma van den Boom, die de sprekers dankte voor hun boeiende bijdragen. De deelnemers vulden het evaluatieformulier in en tekenden nogmaals de presentielijst, waarna gezellig nagepraat kon worden bij de borrel.

De volgende Themadag is op zaterdag 16 maart 2019 en wordt georganiseerd door Aleid de Leeuw, Sandra Maçorano Florindo en Suzanne Poppes.